Spanje

In ons “basecamp” ‘hospice de france’ werden we door gastvrouw Ingrid in de watten gelegd. Na een stevig viergangendiner ’s avonds werden we vroeg naar bed gestuurd en na een lange, diepe en deugddoende slaap ontwaakten we de volgende ochtend bij een dichte mist en een daling in temperatuur van 10°C t.o.v. de vorige avond. We hadden echter de knoop doorgehakt dat we ons gingen wagen aan de oversteek te voet, en wilden nu niet meer terug. Na opnieuw een stevig ontbijt trokken we onze fleece, regenjas en dubbel paar kousen aan en begonnen we aan onze tocht. Het begin was stijl en ongetraind als we waren was het even zoeken naar onze tweede adem. Zo in de dichte mist zagen we niks van het landschap en dus ook niet welke afstand we al achter de rug hadden en hoe ver/hoog we nog moesten. We legden we ons vertrouwen dus maar in de horloges in onze gsm: 3 uur klimmen was ons voorspeld. Na 2u15 hadden we tot onze grote verrassing de eerste 800 meter stijgen al afgelegd en arriveerden we op ons eerste rustpunt, Refuge de Venasque. Het warme middagmaal dat we kregen was welgekomen, want de gevoelstemperatuur was al gezakt naar het vriespunt. Na ons viergangenlunch in de vochtige tent stegen we de laatste 200m naar het hoogste punt, de bergpas Porte de Venasque, tevens ook de grens tussen Frankrijk en Spanje. Het contrast tussen het uitzicht achter ons, waar we vandaan kwamen, en het uitzicht voor ons, waar we naartoe gingen, kon niet groter zijn. Terwijl het in Frankrijk zeer mistig was, heel koud was geworden op die hoogte en steeds druppelde, konden we aan de andere kant van de ‘Porte’ genieten van een prachtige uitzicht over de Pyreneeën en van een stralende zon. We konden onze natte regenjassen, doorweekte kousen en vijf lagen fleece opbergen, opdrogen in het spaanse zonnetje en genieten van de eerste uitzichten van de dag. Spectaculair. Vervolgens vatten we de afdaling naar ‘Hospital de Benasque’ aan. De tocht was een stuk eenvoudiger, maar duurde toch nog 2,5 uur. Toen we bijna beneden waren, maakte Josefine met haar rugzak (of de rugzak met Josefine) nog een kleine tuimeling, maar gelukkig zonder veel erg. Twee blauwe knieën waren haar troffee van de overwinning op onszelf: een geslaagde oversteek.

Image

uitzicht vanop de Porte de Benasque. boven: Frankrijk; onder: Spanje

Image

In Benasque genoten we van het uitzonderlijke geluk om te mogen verblijven in het huis van de ouders van Jaime, waar je langs alle kanten uitkijkt op de Pyreneeën. Dankzij de prachtige handgetekende kaartjes met aanwijzingen van Jaime kwamen we zonder problemen aan. Te moe voor om het even wat anders, vielen we na een snel avondmaal alle twee als een blok in slaap.

De volgende twee dagen wijdden we ons aan vervulling van onze stoerste kinderdromen. De eerste dag was Josefine aan de beurt. Tijdens familiereizen tijdens haar kindertijd aan Annecy en de Pyrenneeën, waren het altijd de ‘Parapente’vliegers die haar aandacht trokken. Ze was toen nog te jong om zelf mee te mogen op zo’n vlucht, maar deze keer lieten we de kans niet liggen. Samen met onze twee instructeurs waar we elk een “twin”vlucht mee zouden wagen, werden we naar een grasveldje gebracht vlak onder een top van 2400m. We kregen ons winddicht pak aan, helm op, beveiligingen aangeritst en kregen de instructie: LOPEN! Vlak voor het veldje veranderde in een stenenmassa en even verderop in een stijle rotswand naar beneden, tilde een windstroom ons op en raasden we langs de rotswand. We stegen nog wat mee met de windstroom en genoten van een verbluffend uitzicht over de bergen en de vallei, we konden over de toppen heenkijken naar pieken 100 km verder. De vlucht was heel stabiel en ontspannend, enkel Josefines maag vond het minder leuk. Een half uur later landden we opnieuw op vaste grond beneden in de vallei. Die avond aten we in het minuscule prachtdorpje Anciles in Jaimes favoriete restaurant van de streek. Spaanse bergkeuken bleek inderdaad heerlijk te zijn.

Michiel koos de volgende dag voor het water in plaats van voor de lucht, met de activiteit die canyoning heette. Nadat onze gids ons een uur lang had voorgeleid door bossen wars van elk wandelpad kwamen we aan bij de canyon, waar het geluid van de dichtstbijzijnde waterval onze koudwaterkreten overstemde. Gelukkig werden we gehuld in wetsuits, helmen en klimgordels, waarin we het parcours van een wild bergriviertje zouden afleggen die zijn weg doorheen kloven en rotsformaties had uitgesneden. Volledig veilig en gewoon ongelofelijk leuk, verzekerde onze gids ons. Gedurende de vier uur dat we in de canyon waren gleden we van natuurlijke glijbanen, zwommen door echte ‘wildwaterbanen’, sprongen van rotsen op grote hoogte in diepe rotskommen met het helderste bergwater, daalden we met touwen verticale rotswanden naar beneden af langs en doorheen de watervallen, en dit allemaal in de mooiste omgeving: de diepe rotsige kloof, het gefilterde zonlicht, de stoere stenen begroeid met zachte mossen en boompjes. Prachtig en ongelofelijk leuk. We hadden echt enorm veel plezier en doorstonden heel wat angsten tegelijkertijd, maar het was zonder twijfel een nieuw hoogtepunt van deze reis.

Onze laatste dag in de Pyrenneeën waren onze bleinen voldoende hersteld voor weer een stevige bergwandeling. Jaime had er een voor ons uitgestippeld tot het bergmeertje Batisielles, eventueel uit te breiden met nog een lus naar een hoge waterval aan het Ibon de Escarpinosa. Overmoedig als altijd kozen we voor de langste optie, die ongekend prachtig was maar behoorlijk ver, waarna we in de terugweg ons even zorgen maakten over het halen van de laatste bus terug naar Benasque. Dat lukte, maar eenmaal gezeten op de bus versteven onze spieren, waarna de allerlaatste 3 km van Benasque naar het huisje een onoverkomelijke afstand leek. Een extreem vriendelijke Brit nam ons, twee strompelende toeristen, mee in zijn auto tot aan onze voordeur. Hij vertelde hoe hij na zijn eerste bezoek aan deze streek tien jaar geleden meteen was verkocht. Hij was teruggekomen, blijven plakken, en woonde nu getrouwd met een Spaanse in een van de bergdorpjes. Waw.

Onze tijd in de bergen zat erop, wij gingen door naar Madrid. Een dag reizen met bus en trein pikten we nog een bezoek aan het Aljafería in Zaragoza mee om ’s avonds aan te komen in Madrid. Voor Madrid hadden we de meeste suggesties dan voor eender welke andere plaats gekregen, dus stelden we ons druk programma samen aan de hand van de tips van Joke, Femmy, Nicolas en tante Katrien.

Dat lukte voor ongeveer de helft.  De kruisafname van Rogier Van der Weijden in het Prado, de fresco’s van Goya in het Glorieta San Antonia de la Florida, het jazzconcert van Verónica Ferreiro bij een heerlijk zoete “arroz con late” in het  Café Central, het Parque de Buen Retiro, de karaktervolle pleinen en straatjes, het was smullen (letterlijk en figuurlijk) van deze heerlijke stad. Twee dagen was onvermijdelijk te kort, dus maakten we het voornemen om nog eens terug te komen. En daarna nog eens. En nog naar alle andere plekken te gaan die ons gesuggereerd werden.

Het getrouwd zijn, het reizen, het volgen van de fijnste suggesties doorheen het oude en zo mooie en verrassende continent, het beviel ons e-norm tijdens die fijnste juliweken en daarom:

wegens succes verlengd,

voor het leven zo lang.

zuidwaarts tot de Spaanse grens

In Avignon werden we door Jan en buurman Henk opgehaald aan het treinstation en werden we terwijl we langzaam wenden aan de Provencaalse warmte vervoerd naar Bédoin, aan de voet van de Mont Ventoux, waar we vier dagen te gast mochten zijn bij Jan en Arlette. Tijdens deze vakantiedagen van de puurste soort leefden we als God in Frankrijk en genoten van de heerlijkste Frans-Belgisch-Italiaanse keuken, vele frisse duiken, een sterrenhemel zoals we die zelden zagen (met uitleg van Jan via een applicatie op de iPad)en de meest idyllische Provencaalse dorpjes Crestet, Vaison de Romaine, Barroux, …. Eén dag trokken we naar Avignon: het theaterfestival was omnipresent in de stad en overal trachtten mensen ons te lokken voor hun voorstelling via mini-optredentjes. We zagen een dansvoorstelling uit het officiële programma, maar dat viel wat tegen. Bédoin zelf wist ons bijzonder te bekoren met haar prachtige uitzichten op de Mont Ventoux en de vele wijnakkers aan zijn voeten, de gevarieerde wandelingen doorheen canyons (waar we ons al even in de Pyrenneën waanden) en langs Les Demoiselles Coiffées (in ware New-Mexico stijl).

enkele demoiselles coiffees

uitzicht op de mont ventoux

Na wat twijfelen over het verdere verloop van onze reis (en de kant van onszelf die er geen enkel probleem mee zou hebben nog de hele vakantie in Bédoin door te brengen), stippelden we dan toch een parcours uit richting Spaanse Pyrenneën, maar maakten op donderdag nog de omweg langs Marseille. De dag die we er konden besteden zo lang mogelijk makend, vertrokken we in alle vroegte uit Bédoin. In Marseille wandelden we doorheen alle delen van de stad, klommen naar het hoogste punt voor een indrukwekkend uitzicht en pootjebaadden in de Middellandse Zee. ’s Avonds trakteerden we ons op een heerlijk driegangen diner in L’Oléas, een tip uit onze guide de routard die goud waard bleek.

Onze nachttrein naar Toulouse zou vertrekken uit Marseille om 23u, maar dat werd 24u. Voor één keer hadden we diepe spijt dat de trein tijdens zijn rit de vertraging goed maakte, toen ons ochtendgevoel het liet afweten en het echt nog midden in de nacht leek toen we om 5u14 stipt uit ons rijdend bed werden gezet. De nachtguardiens van het station tarttend gebruikten we de wachtzaal van Toulouse-Matabiau nog een uurtje als bijslaap-zaal, en beide partijen waren opgelucht toen we uit Toulouse konden vertrekken met een schattig aandoend bergtreintje richting Bagnères-de-Luchon. Op dit boemeltreintje was het moeilijk kiezen tussen nog wat uren wiegende slaap of genieten van het uitzicht terwijl we ons traag langs alle kleine dorpjes en valleien de Pyrenneën in klommen. Het werd toch een combinatie van beide en al heel wat meer uitgerust kwamen we rond tien uur ’s morgens aan in dit leuke bergstadje.

Luchon bleek een van de volgende dagen het toneel van een aankomst en een vertrek van de Ronde van Frankrijk en de sfeer zat er al helemaal in. Met zo goed als alle hotels volgeboekt, besloten we om die avond zelf nog de bergen in te trekken en alvast wat witte bloedcellen te kweken door onze nacht al op wat beginnende hoogte (1400m ongeveer) door te brengen in het excellente Hospice de France, een herberg voor wandelaars en trekkers en zo goed als de laatste halte aan de Franse kant van de Pyreneeën. Na heel wat wikken, wegen en twijfelen aan onze sportieve conditie hadden we immers het idee opgevat om de kortste weg naar Spanje te nemen en te voet via een bergpas van 2444 meter de Pyreneeën over te trekken naar Benasque, waar onze Spaanse vriend Jaime ons van heel wat tips had voorzien.

etappe parijs

Parijs wist ons opnieuw te verrassen. Deze editie bezochten we tussen de flarden zonneschijn door het maison européenne de la photographie, het maison victor hugo, de tentoonstelling van tim burton in de cinemathèque, en Gerhard Richter in het onvermijdelijke Centre Pompidou. Een vleugje nostalgie leidde ons ook naar de cité universitaire, die niet veranderd leek. Ook zijn we weer enkele restauranttips rijker, waaronder het ongeëvenaarde “Chez Gladines” in Rue des Cinq Diamants (Baskische keuken en met veel dank aan Tante Goel).

Onze vierde dag in Parijs breekt aan en in de tussentijd kreeg ook de rest van de reis stilletjes aan vorm.

Straks vertrekken we per trein naar Avignon, en we hebben uiteindelijk ook onze terugvlucht naar Brussel geboekt uit Madrid, dat ons door meerderen onder jullie werd aangeraden. Hoe we de tocht tussen Avignon en Madrid gaan aanpakken, weten we nog niet precies, maar aan mogelijkheden geen gebrek: verschillende wegen leiden langs heel veel moois.

tot een volgende update.

Josefine en Michiel

het plan voor de julimaand

Na op 30 juni te trouwen, zalig feest te vieren met iedereen erbij, en onze eerste etmaal als getrouwd paar te beleven, vertrekken we op huwelijksreis. Op 3 juli zetten we koers richting Parijs, de eerste halte die niet kon ontbreken. Maar waarheen daarna? De maand juli strekt zich voor ons uit, vol potentiële bestemmingen…

Om het verdere traject uit te stippelen doen we een beroep op jullie.

Als cadeau horen we graag van jullie welke bijzondere plaatsen (om te bezoeken, om te doen, om te bekijken, om te eten, om te slapen, …) jullie ooit hebben bezocht en graag aan ons willen aanraden (binnen een straal van enkele dagreizen per trein van Parijs).

Laat het ons weten via een comment onder deze blogpost, of stuur ons een e-mail via dekortezomernachtlang@gmail.com. De locatie, tip en afzender komen vervolgens op de kaart op deze blog terecht (zie hieronder), en zo krijgen de mogelijke trajecten vorm, eerst op deze blog, en verder tijdens het feest.

Met jullie tips in de hand vatten we onze reis door Europa aan. We laten ons leiden door de suggesties die we kregen, door het weer, en door spontane goesting in bergwandelen, oceaanzwemmen, citytrippen, lekker eten of wildkamperen.

Geheel vrijblijvend kunnen jullie ons bezoek aan de bijzondere plaatsen, uitzichten, activiteiten, restaurants, slaapplekjes, … ook ‘sponsoren’. Jullie kunnen dit doen door iets te storten op onze huwelijksrekening 377-0157594-06 of een envelopje in de bus te steken op het feest zelf.

In ruil beloven wij een spetterend feest, een verslagje via deze blog en een kaartje van ergens onderweg.

Veel dank en graag tot de dertigste!

Josefine en Michiel